Ode aan de echte amateur

Acht jaar geleden ben ik begonnen met wielrennen. Ik begon zoals waarschijnlijk velen dat doen: ik kocht een tweedehands stalen fiets met toeclips (u weet wel, die pedalen met leren riempjes om je schoenen in te steken) en een schakelsysteem op het frame. Links en rechts kreeg ik wat oude, afgedankte kleding aangereikt. De rondjes die ik reed, overschreden zelden de dertig kilometer en een gemiddelde van 27 kilometer per uur vond ik al heel wat.

Wielrennen is de meest materialistische en ijdele sport die er is. Ik kreeg nooit commentaar op mijn voorkomen, maar toch voelde ik de afkeuring als ik met andere fietsers samen reed. Wielrenners doen dat. Ze kraken jou niet af, maar pochen zoveel over hun eigen fiets en kleding, dat je vanzelf het idee krijgt dat je voor lul rijdt. En bovenal: je wordt niet serieus genomen.

Ik had sterk kunnen zijn, me er niks van aan kunnen trekken en gewoon op dezelfde (betaalbare!) manier door kunnen gaan. Maar helaas, ik ben voor de bijl gegaan. Het begon met een andere fiets (nog steeds tweedehands overigens, de metamorfose gaat in stapjes). Bij de fiets moest een bijpassend kledingsetje komen. De toeclips verruilde ik voor klikpedalen en het schakelen ging vanaf nu met de shifters op het stuur.

Ergens in dit proces kwam dé kritieke vraag bovendrijven: ga ik mijn benen scheren? In het begin van mijn ‘carrière’ peinsde ik er niet over. Je benen scheren is te veel gedoe, volstrekt nutteloos en bovendien ontzettend gay, althans, als ik mijn vrienden mag geloven. Maar ja, veel wielrenners doen het en zittend op de fiets staat het veel beter, toch? Ik verloor het van de ijdelheid. Vier jaar geleden heb ik voor het eerst mijn beenhaar verwijderd en sindsdien is het vaste prik geworden.

Zelfs toen was het einde van mijn metamorfose nog niet in zicht. Tegenwoordig rijd ik op een carbonfiets, gebruik ik gelletjes als ik lange afstanden rijd (helpen ze echt?) en zijn mijn fiets, shirt, broek, schoenen en helm qua kleur in perfecte harmonie met elkaar. Ik voel me er een betere fietser door, maar dat ben ik natuurlijk niet. Met andere woorden, ik kan niet zo goed uitleggen waarom ik het allemaal doe.

Je ziet ze nog regelmatig. De echte amateurs. Ze rijden op een blauwe fiets met een stalen frame, dragen een groen shirt met een rode broek en hebben behaarde benen. Ze rijden hun rondjes waarschijnlijk met net zo veel plezier als ik en ik rijd ze er lang niet allemaal af. En al lukt dat wel, dan nog weet ik dat ze op een ander vlak sterker zijn dan ik: ze zijn niet gezwicht voor de ijdelheid. Alleen al dat verdient respect. Via deze weg wil ik hen laten weten dat ik absoluut niet op ze neerkijk. Integendeel. Stiekem bewonder ik ze.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s