Ironie in de koers

Ik houd van tactische wielrenners. Renners die de wedstrijd kunnen lezen en door een intelligente manier van koersen tijd of een etappe winnen. Om die reden ben ik altijd een groot fan van de Italiaan Vincenzo Nibali geweest. Tot vandaag.

Vandaag werd de tweede etappe in de ronde van Spanje verreden. Door een valpartij had Nibali 16 kilometer voor de streep een achterstand van anderhalve minuut op zijn concurrenten. Aangezien de renners in de achtervolgende groep hemzelf het werk lieten opknappen (lees: op kop lieten rijden), moest de noodzakelijke hulp van elders komen. En die kwam er. Op beelden die vanuit de helikopter gemaakt zijn, is duidelijk te zien hoe de ploegleiderswagen van Astana naast hem komt rijden en de Italiaan vervolgens op miraculeuze wijze een voorsprong pakt van enkele honderden meters op het groepje renners waar hij vlak daarvoor nog deel van uitmaakte. Die beelden waren niet live te zien (maar wel op nos.nl: Vincenzo Nibali hangt aan ploegleiderswagen tijdens 2e etappe Vuelta). Vervolgens slaagt Nibali erin om met hulp van zijn ploeggenoten aan te sluiten bij de groep der favorieten.

De blijdschap hierover duurde echter niet lang. Hij verloor tijd ten opzichte van de andere favorieten op de slotklim én hij werd gediskwalificeerd voor het ‘auto-incident’ en kan dus al na de tweede etappe naar huis. Hij kwam als één van de kanshebbers voor de eindzege naar Spanje, maar moet de Vuelta nu via de achterdeur verlaten.

En nu komt het ironische: aan het eind van de etappe, op een bescheiden slotklim van 5 kilomVincenzo Nibalieter à 6% gemiddeld, verloor Nibali, als gevolg van de inspanning die hij ervoor had moeten leveren om terug te komen in de groep met favorieten, op zijn concurrenten anderhalve minuut. Anderhalve minuut. Je leest het goed. Dat is precies de tijd die hij als achterstand had, voordat hij rare fratsen ging uithalen naast de ploegleiderswagen. Met andere woorden, als hij dat niet gedaan had, was zijn achterstand ongeveer hetzelfde geweest. Ironie bestaat, ook in de sport. Goddank.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

Advertenties

Hongerklop in Sauerland

Het was mijn eerste seizoen als wielrenner. Het seizoen waarin je jezelf als fietser nog moet leren kennen. Hoe hoog moet mijn zadel staan? Welke cadans bevalt me het best? Hoeveel kleding moet ik aan? Hoeveel eten heb ik nodig tijdens een tocht? Vragen waar ik inmiddels allang een antwoord op heb, maar toen moest ik dat nog allemaal ontdekken.

Hoe belangrijk de antwoorden op sommige van deze vragen zijn, ervoer ik voor het eerst tijdens een fietsweek in het Duitse Sauerland, waar ik destijds met een vriend alle noemenswaardige heuvels probeerde aan te vallen. Op de laatste dag stond de langste tocht gepland. Na veertig kilometer hadden we de zwaarste klim van de dag erop zitten en waren we net als de voorgaande dagen aan het uitkijken naar een restaurant om onze reserves aan te kunnen vullen. Alle tijd, want de dag was nog jong. Althans, dat dacht ik.

Het eerste dorpje waar we doorheen fietsten had een kerk, maar geen restaurant. Het tweede dorp idem dito. Het derde net zo. Het vierde etc. Toen ging bij mij het lampje uit. Hongerklop. Op dat moment wist ik zeker dat ik me nog nooit zo verschrikkelijk had gevoeld. Voor degene die niet weet wat hongerklop is of die niet weet hoe het voelt, het is het beste als volgt te omschrijven: de wereld mag vergaan, zolang je maar eten krijgt.

Helaas moesten we dat eten wel bovenop een berg gaan halen. Een vriendelijke Duitser (dat denk ik achteraf; als je hongerklop hebt, haat je iedereen, vooral Duitsers) had ons verteld dat zich daar een langlaufcentrum bevond. Maar… hij wist niet of het restaurant ervan geopend was. Aangezien het de eerste mogelijkheid was om iets te nuttigen in veertig kilometer, besloten we de gok te wagen. Vanaf de plek waar we stonden was het restaurant, tegen de berg aan gelegen, goed te zien. Een slingerend steil weggetje met een stijgingspercentage van zo’n 9% zou ons ernaartoe leiden.

IMG_3685Vloekend en scheldend begon ik naar boven te ploeteren. Zitten, staan, zitten, staan, verzuren, verbeten doortrappen, nog eens schelden, weer zitten. Misschien was dit allemaal wel voor niks. Op dat moment voor mij een ondraaglijke gedachte.

En toen deed ik iets wat ik tot dan toe nog nooit gedaan had: ik klikte mijn schoen uit het pedaal en zette mijn voet aan de grond. Minutenlang staarde ik leunend op mijn stuur naar het restaurant, dat nog steeds angstvallig ver weg leek. Het zou mijn verlossing worden óf een vreselijke teleurstelling die me mentaal naar de afgrond zou duwen. Het leek er uitgestorven.

Ik stapte weer op en worstelde mezelf op dezelfde manier als ervoor verder naar boven. “Kom op, verdomme, doortrappen”, zei ik tegen mezelf. Bij het langlaufcentrum aangekomen smeet ik mijn fiets kwaad tegen een bord aan. Robbert vroeg me iets. Ik negeerde hem en liep naar de deur.

Het was geopend. Ik liet me op een houten bank neerploffen en hing laveloos over de tafel. Tien minuten later zat ik een curryworst met patat naar binnen te werken. Eten was nog nooit zo lekker geweest. Na de maaltijd zwegen we. Op een pijnlijke manier had ik antwoord gekregen op één van de vragen die je jezelf als beginnende wielrenner stelt. Naar buiten starend dacht ik aan de veertig kilometer die nog afgelegd moesten worden.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

Weg met de Tour!

Als wielerfan zou je het bijna vergeten, maar er zijn drie grote rondes. Naast de Tour de France heb je namelijk ook nog de Giro d’Italia en de Vuelta a Espana. Terwijl in Nederland alle etappes van de Tour worden uitgezonden, is er voor de Giro en Vuelta vrijwel geen aandacht. En dat is ontzettend jammer, want doorgaans zijn deze twee rondes een stuk spannender, hebben ze een spectaculairder parcours en houden ze minder vast aan tradities.

Vreselijk eigenlijk, die voorspelbaarheid in de Tour de France. Dit jaar zag ik de renners voor de zoveelste keer de Alpe d’Huez opgaan. Ook de Tourmalet en de Galibier worden bijna om het jaar beklommen. Je zou bijna denken dat er in Frankrijk geen andere bergen zijn. Ook moet je ieder jaar weer een week wachten op de eerste serieuze aankomst bergop. Om maar te zwijgen over die vreselijke laatste etappe naar Parijs, waarin er altijd zo nodig met champagne geproost moet worden en allerlei andere flauwe onzinnigheden plaatsvinden die niks met wielrennen te maken hebben. Want ja, het klassement staat al vast, dus het publiek moet op een andere manier vermaakt worden.

Nee, neem dan de Giro en de Vuelta. Bij het kijken naar deze twee rondes ben je verzekerd van een spectaculair parcours, een verrassend koersverloop en afwisselende etappes. Bergen als de Zoncolan en de AnAnglirugliru, die de stijgingspercentages van 20% regelmatig overstijgen en maken dat de renners zich zwalkend over het asfalt voortbewegen, zijn altijd weer een garantie voor spektakel. In de Giro worden met enige regelmaat onverharde wegen opgezocht en in de Vuelta weten ze altijd wel ergens een finishplaats te vinden met een belachelijk steile muur, waardoor het peloton na 200 kilometer alsnog volledig uit elkaar wordt getrokken. Zo vernieuwend als men is in Spanje en Italië, zo conservatief is men in Frankrijk.

Gelukkig kan ik dit bericht afsluiten met goed nieuws: aanstaande zaterdag is de start van de Vuelta. Uiteraard wordt dit niet uitgezonden op de Nederlandse televisie, maar dat is alleen maar een zegen. Dat geeft je namelijk een goede reden om over te schakelen naar de wielergekke Belgen, zodat je je niet hoeft te ergeren aan Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra, die zich vaker in een naam vergissen dan spelers van het spel ‘Wie ben ik?’. Michel Wuyts en José de Cauwer brengen je met hun zachte Belgische stemmen drie weken lang in vervoering. Neem daarbij een glas sangria, een bord paella en een wielerpeloton op een steile Spaanse muur en het recept voor een heerlijke namiddag is geboren.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

Risico van het vak?

Als wielrenner word je tijdens de koers blootgesteld aan een hele reeks factoren die de wedstrijd voor jou kunnen beïnvloeden. Je kunt vallen, lekrijden, je ketting kan eraf vliegen, je kunt belemmerd worden door toeschouwers en overstekende koeien en honden, de spoorbomen kunnen dicht zijn net op het moment dat jij er overheen moet én je kunt als leider in de wedstrijd van achter worden aangereden door een motor van de organisatie op de laatste klim van de dag. Maar ja, dat laatste gebeurt natuurlijk nooit.

Toch wel. Uitgerekend dát overkwam de Belgische wielerheld Greg van Avermaet afgelopen zaterdag op de laatste klim van de Clásica San SebastiGreg van Avermaetán. Hij reed voorop in de koers en was naar eigen zeggen op weg naar de overwinning. Een motor van de organisatie reed tegen zijn achterwiel aan en gebroederlijk vielen de renner en de motor tegelijk tegen het asfalt. De Belg kon door een defect aan zijn fiets niet verder. Hij besloot daarop tussen de toeschouwers langs de kant van de weg het passeren van zijn concurrenten gade te slaan. Zijn achtervolgers, die naar boven aan het stoempen waren, merkten Van Avermaet niet op tussen het publiek.

Zo kon het gebeuren dat de latere winnaar, de jonge Adam Yates, over de finishlijn reed zonder te weten of hij gewonnen had of niet. De beelden van de finish zijn dan ook hilarisch. Yates is continu via zijn oortje aan het overleggen met zijn ploegleider en durft zijn handen niet in de lucht te steken in de angst een flater te slaan. Pas als hij na de finish het heuglijke bericht krijgt dat hij gewonnen heeft, durft hij zijn blijdschap te uiten. Hij zal wel gedacht hebben: “Huh? Maar… Van Avermaet reed toch op kop? Ik heb hem toch niet ingehaald? Of heb ik hem wél ingehaald, maar het niet opgemerkt?” Die jonge knaap (22 jaar) zal toch even getwijfeld hebben of al zijn zintuigen nog wel naar behoren functioneerden.

Bij voetbal kan een wedstrijd of een deel ervan overgespeeld worden als externe factoren, zoals supporters of de weersomstandigheden, zo’n grote rol spelen dat de wedstrijd er onevenredig door beïnvloed wordt. Dit is bij wielrennen (helaas) niet mogelijk. Het maakt de sport bij tijd en wijle vreselijk onrechtvaardig. Tot overmaat van ramp waren er bij de Clásica San Sebastián door technische problemen lange tijd geen live tv-beelden beschikbaar van de koers.

Een totaal onnodige aanrijding waarbij de leider van de wedstrijd wordt uitgeschakeld en de enige getuigen zijn enkele toeschouwers langs de kant van de weg. Het is maar goed dat ik niet geloof in complottheorieën.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

P.S. Ik kan me voorstellen dat je dit debacle pas gelooft als je het ziet. Daarom hier de link naar een filmpje op Youtube: de val van Van Avermaet en de twijfel bij Yates