De ploeg en de ploegentijdrit

Wielrennen is niet van start tot finish zo hard mogelijk fietsen. Het is namelijk geen individuele sport. Om de essentie van het wielrennen te kunnen begrijpen, moet je weten dat elke renner deel uitmaakt van een wielerploeg. Een ploeg bestaat doorgaans uit acht of negen renners. Als een renner een overwinning boekt, heeft hij dit vaak (deels) te danken aan zijn ploeggenoten die zich voor hem hebben opgeofferd. In het wielerjargon wordt dit knechten genoemd. Knechten dient niet verward te worden met samenwerken. Samenwerken suggereert een bepaalde gelijkwaardigheid. Knechten daarentegen is een nederige manier van zelfopoffering.

Het is spijtig maar waar; sommige renners offeren zich alleen maar op voor anderen en winnen zelf nooit. Het zijn de eeuwige knechten. Het omgekeerde is ook het geval: sommige renners winnen vaak en hoeven nooit te knechten. Dat zijn de kopmannen (meestal te herkennen aan een rugnummer dat eindigt op 1: 11, 21, 81, 151 etc.).

Binnen de ploeg wordt door verschillende renners geknecht om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen. Dat kan van alles zijn: een etappeoverwinning, een hoge plaats in het klassement of een kleiner doel, zoals het terugbrengen van een renner in het peloton nadat deze gevallen is.

Ik beweerde dat wielrennen niet betekent dat je van start tot finish zo hard mogelijk fietst. Dat is niet helemaal waar. In een tijdrit is dit namelijk wèl waar het om gaat. Binnen de discipline van het tijdrijden zijn er twee vormen: de individuele tijdrit en de ploegentijdrit. Dit zijn vreemde eenden in de bijt van het wielrennen en wel om de volgende redenen: terwijl de ploegentijdrit de enige discipline is waarin de ploeg vooral samenwerkt, is bij het individuele tijdrijden de renner volledig op zichzelf aangewezen.

Ploegentijdrit Giro d'Italia 2012

In geen enkele discipline is er zoveel samenwerking en verbondenheid binnen een ploeg te zien als tijdens de ploegentijdrit. Negen renners (als de ploeg nog volledig is) rijden in een gestroomlijnde trein achter elkaar. De voorste rijdt vol in de wind en sleept de trein voort. Als hij moe wordt, laat hij zich terugzakken naar de laatste positie en neemt de man in tweede positie zijn rol over. Dit gaat zo door totdat de finish wordt bereikt en het wordt ‘draaien’ genoemd. De renners die ‘leeg’ zijn, blijven achterin de trein hangen. Door hun hand kort op het achterwerk te leggen van de renner die zich terug laat zakken, geven ze aan dat deze voor hen moet invoegen: ze draaien niet meer mee.

De ploegentijdrit. Heel even worden kopmannen gedegradeerd tot simpele pionnen die de trein draaiend moeten houden en heel even kunnen knechten zich hun gelijken wanen. Heel even is de hiërarchie verdwenen. Heel even.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

Advertenties