Wie wint de Gerrit Schulte trofee?

Wie gaat dit jaar de Gerrit Schulte Trofee winnen? Al weken, nee, al maanden loop ik met deze vraag in mijn hoofd.

De ontwikkeling van het Nederlandse wielrennen heeft de laatste jaren zo’n enorme vlucht genomen dat ik de overwinningen amper kan bijhouden. Voorjaarsklassieker hier, etappezege en leiderstrui in een grote ronde daar. Ik ben opgegroeid met wielrennen in de jaren ’90 en 2000. U weet wel, die periode waarin een etappeoverwinning van Jeroen Blijlevens in de Tour het hoogtepunt van het seizoen was en waarin alle hoop gevestigd was op Michael Boogerd die de verwachtingen vaker niet dan wel waarmaakte. Het was ook de tijd waarin je na een redelijke eindklassering in een grote ronde of een willekeurige dagzege in welke koers dan ook al snel de Gerrit Schulte Trofee toegeworpen kreeg. Het was armoe troef. Ik klaag dus niet. Niet over Steven Kruijswijk die in de Giro naast de overwinning grijpt, niet over Bauke Mollema die in de slotdagen van de Tour van het podium af keldert, niet over Tom Dumoulin die geen olympisch goud wint op de tijdrit.

Bovenal prijs ik me gelukkig dat ik na jaren van verveling, overschatting en naïeve hoop weer los kan gaan, kan schreeuwen naar de televisie, op het puntje van de bank met m’n handen op m’n benen kan slaan en met hartkloppingen in mijn keel de laatste kilometers van veel koersen aanschouw. Natuurlijk zou ik graag eens een Nederlander een grote ronde zien winnen, maar al ga ik dat niet meemaken, dan nog ben ik de huidige generatie wielrenners dankbaar voor het feit dat ze mij weer een reden hebben gegeven om zondagen vrij te houden, de televisie aan te zetten en mee te leven met de koers.

Rest mij slechts nog de vraag: wie wint dit jaar de Gerrit Schulte Trofee? Net als de afgelopen twee jaar zou Tom Dumoulin een logische keuze zijn. Hij won etappes in twee grote rondes, droeg de leiderstrui in de Giro en won olympisch zilver op de tijdrit. Maar wacht, was het niet Steven Kruijswijk die dit jaar de Giro domineerde en als eerste Nederlander ooit deze wedstrijd op zijn naam zou schrijven, ware het niet dat een noodlottige fout en een harde sneeuwmuur dit sprookje in de weg stonden? En wat te denken van Wout Poels, die als eerste Nederlander sinds Adrie van der Poel zegevierde in Luik-Bastenaken-Luik om vervolgens in de Tour als meesterknecht van Froome de concurrentie tot wanhoop te drijven? En dan was er nog Bauke Mollema, die lange tijd leek af te stevenen op een podiumplaats in de Tour, aanviel en viel, van het podium af duikelde, maar dit korte tijd later rechtzette door de Clasica San Sebastian op zijn naam te schrijven. Robert Gesink, die enkele jaren geleden voor zijn etappeoverwinning in de Vuelta geheid de Trofee in ontvangst had mogen nemen, komt nu niet eens in het rijtje van kanshebbers voor.

Voor mij is de vraag dan ook meer: wie wint de Gerrit Schulte Trofee níét? Wie het ook wordt, onrechtvaardig zal het zijn. Niet voor de winnaar, wel voor de rest. Want wie de Trofee ook gaat winnen, een paar renners die uitzonderlijke prestaties hebben geleverd, zullen te kort worden gedaan. Maar hoe vervelend dat ook is voor hen, het is een luxeprobleem waar we ons gelukkig mee mogen prijzen.

P.S. Hoewel dit stuk u wellicht anders doet vermoeden, ben ik wars van iedere vorm van nationalisme.

 

Advertenties

Arme, lieve Fedor

Vandaag is het vijf jaar geleden dat de meest fascinerende Nederlandse renner ooit overleed. 12 februari 2011. Fedor den Hertog. Hij werd 64 jaar oud.

Ik heb hem nooit live zien koersen, daar ben ik te jong voor. Wel zag ik Den Hertog een jaar of zes geleden in Holland Sport waar hij een gesprek had met Wilfried de Jong. Hij leed aan prostaatkanker en was ongeneeslijk ziek. Zo gaat dat. Mensen met een tragisch leven komen ook tragisch aan hun eind. Hij vertelde over zijn moeilijke jeugd en barstte middenin het gesprek in tranen uit. Ik zag het en was diep ontroerd. Fedor den Hertog, een man wiens wielerloopbaan er een was van successen, maar ook van tegenslagen en teleurstellingen. Zijn carrière was een goede weerspiegeling van zijn leven: turbulent en tragisch.

Fedor, voluit Fedor Iwan den Hertog geheten, had een Oekraïense moeder en een Nederlandse vader. Zijn vader was een godsdienstwaanzinnige met losse handjes. Thuis was het altijd oorlog en Fedor moest het vaak ontgelden. Als kind stond hij er al alleen voor. Emotionele verwaarlozing noemen we dat tegenwoordig. Een deel van zijn jeugd bracht Fedor door in de voormalige Sovjet-Unie. Hij maakte er geen geheim van dat dat voor hem een nare tijd was.

Fedor legde zich volledig toe op het wielrennen. In 1967 reed hij tijdens een wedstrijd frontaal tegen een auto. Hij lag enige tijd in coma, maar niets weerhield hem van het fietsen. Bij de amateurs reed hij alles en iedereen aan gort. ‘Iwan de Verschrikkelijke’ was zijn bijnaam. In de ronde van Rijnland-Pfalz van 1969 won hij negen van de elf etappes. Het gat met de nummer twee was meer dan een half uur. Ook pakte hij goud bij de ploegentijdrit op de Olympische Spelen van 1968 met naast hem op het hoogste treetje niemand minder dan Joop Zoetemelk.

De andere renners vonden hem maar een rare jongen met zijn wollige uitspraken en zijn eigenzinnige manier van koersen. Excentriek. Bovenal ging Fedor zijn eigen weg. Dat verklaart ook waarom hij pas in 1974 (op 28-jarige leeftijd) zijn eerste profcontract tekende na reeds talloze aanbiedingen te hebben gehad. Hij wilde zijn vrijheid niet opgeven, maar werd door financiële nood gedwongen om prof te worden. Fedor moest ook bij de profs de schrik van het peloton worden. Daar is het nooit van gekomen. Toch boekte hij als prof nog enkele grote successen: een etappe in de Tour, een in de Vuelta en hij werd Nederlands kampioen op de weg in 1977.

Van de man die ik in de studio van Holland Sport zag zitten, kon ik me niet vFedor den Hertogoorstellen dat hij vroeger een uitmuntend wielrenner was geweest. Wat ik vooral zag, was een kwetsbare, lieve en getraumatiseerde man. Een man die zijn heil zocht in het fietsen om de pijn uit zijn jeugd te onderdrukken. Zijn drang om te fietsen was grenzeloos. Tijdens zijn wielercarrière had hij last van slapeloosheid. Midden in de nacht sprong hij dan op de fiets en legde zo honderden kilometers af. Ook op latere leeftijd kon hij zich niet bedwingen. Als hij op de fiets naar zijn vriendin in België ging, kwam hij daar uitgeput aan. Fedor fietste nooit, hij koerste. Ook als hij alleen was. Zelf zei hij daarover: “Ja, als je dan bekaf aankomt bij je vriendin, dan is dat niet echt gezellig, nee.”

Toen Wilfried de Jong hem vroeg naar zijn jeugd, begon hij te huilen. Arme, lieve Fedor. Hij kon ongelooflijk hard fietsen, maar werd altijd ingehaald door zijn trauma’s. Bij leven vond hij nooit de rust waar hij zo naar verlangde. Ik hoop dat hij die rust vijf jaar geleden heeft gevonden.

© Tekstbureau de Taalformule 2016

De mooiste koers van dit jaar

Al mijmerend staar ik uit het raam. De regen wordt met korte tussenpozen door de stormachtige wind tegen het dubbelglas geslagen. Het suizen van de wind trekt aan om vervolgens weer af te zwakken. De boom waar ik vanuit mijn kamer op uitkijk, zwaait als een twijgje heen en weer. Het is bar en boos en er lijkt vandaag geen eind aan te komen. Het doet me terugdenken aan een andere zondag dit jaar, 29 maart om precies te zijn. Het is de dag dat Gent-Wevelgem werd verreden.

Doorgaans is de West-Vlaamse voorjaarsklassieker niet een wedstrijd waar ik speciaal voor ga zitten. Het parcours is niet onderscheidend genoeg om de sprinters te lozen en doorgaans valt de wedstrijd dan ook ten prooi aan een van hen. Cipollini, Boonen (3x!), Hushovd, Freire; bij hen allen prijkt Gent-Wevelgem op de erelijst. Een sprintersfeestje dus.

Hoe anders was het dit jaar!

Teruggekomen van een lange duurtraining besloot ik de zondag te laten voor wat het was, neer te ploffen op de bank en met een bak yoghurt op schoot de televisie af te stemmen op Sporza. Wat ik voorgeschoteld kreeg, was een koers waar álles in zat. De eerste beelden die doorkwamen toonden renners die leunend tegen de wind hun weg zochten over het natte asfalt. Hier en daar belandde er een in de berm, om vervolgens te vallen of krampachtig een weg terug te zoeken naar de veilige, harde ondergrond. Uiteindelijk zouden 39 van de 200 renners de eindstreep halen.

Jürgen Roelandts perste er een indrukwekkende solo uit. Tegen de straffe wind in bewoog de dappere Belg zich voort met een snelheid die onder normale omstandigheden een prof onwaardig zou zijn. Hij pakte meer dan twee minuten op zijn achtervolgers, maar aan zijn ontsnapping kwam vijftien kilometer voor de meet een einde.

De vertrouwde tekst ‘Buren vervalt’, die steevast op het scherm verschijnt als de koers uitloopt, was reeds lange tijd geleden in beeld geweest. Ik hoorde Michel Wuyts zeggen: “Van mij mogen ze tot 7 uur doorgaan!” Ik kon het alleen maar met hem eens zijn.

In de achtervolgende groep werd stuivertje gewisseld en de oude sluwe vos Paolini ging er na een goed getimede demarrage met de overwinning vandoor. Zo doen oude Italianen dat.

Een dergelijke koers had ik nog nooit gezien en ga ik misschien ook nooit meer meemaken. Eddy Planckaert verklaarde tijdens de nabeschouwing op de Belg dat dit een van de mooiste wedstrijden was die hij ooit gezien had. En hij heeft er zeker een stuk meer bekeken dan ik.

Normaal gesproken kijk ik wedstrijden niet meer terug, maar ach, wat zou het. Omloop Het Nieuwsblad is nog ver weg. Op Youtube zoek ik een volledige uitzending van Gent-Wevelgem en onderuitgezakt op de bank waan ik me weer even in het voorjaar.

 

Het keuzedilemma

Vorige keer gaf ik aan dat je als blogger soms ergens over móét schrijven. Vaak is dat prettig, want dan hoef je niet te bedenken waar je over wílt schrijven. Maar als er meerdere onderwerpen zich opdringen, dan wordt het een dilemma.

Neem nou de etappe van vandaag in de Vuelta. Een Luxemburger, wiens carrière de laatste jaren bol heeft gestaan van blessures en ander leed, boekt sinds tijden weer een overwinning die ertoe doet. Een Spanjaard, die de dag begon met één seconde achterstand op de Italiaan in het rood, start morgen zelf in het rood met één seconde voorsprong op de Italiaan. En dan is er nog een Nederlander, die in deze Ronde van Spanje alle verwachtingen weet te overtreffen, vierde staat in het klassement, drie bergetappes op rij de schade heeft weten te beperken en dankzij zijn doorgaans verpletterende tijdrit nog uitzicht heeft op het podium.

Moet ik schrijven over Fränk Schleck, die de afgelopen jaren de blessures en valpartijen aan elkaar heeft geregen en hierdoor onder andere de Tour aan zich voorbij moest laten gaan? Zijn broertje Andy, de grote belofte in het wielrennen van pak ‘m beet acht jaar geleden, heeft zijn fiets al aan de wilgen gehangen. Fränk is echter blijven volhouden en heeft daar vandaag de beloning voor gekregen.

Of schrijven over Joaquim Rodriguez? De Spanjaard perste er gisteren in de laatste kilometer van de slotklim een fameuze eindsprint uit, waardoor hij de Italiaan Aru in het klassement op één seconde naderde. Vandaag pakte hij met dezelfde strategie weer twee tellen op de rode trui, waardoor hij nu klassementsleider is met één seconde voorsprong op Aru.

Maar ja, als ik voor een van de bovenstaande opties kies, kan ik niet schrijven over Tom Dumoulin, de Nederlander die in de bergetappes van de afgelopen drie dagen steeds moest lossen uit de groep met favorieten, maar ook keer op keer zijn eigen tempo bleef rijden en daardoor de schade wist te beperken. Hij staat vierde in het klassement achter Rodriguez, Aru en Majka, maar heeft in tegenstelling tot deze drie een verpletterende tijdrit in huis. Woensdag moet hij dit waar gaan maken. Eén minuut en eenenvijftig seconden, dat is de achterstand op klassementsleider Rodriguez. Dat is in de tijdrit te overbruggen.

Nu weet ik nog steeds niet waar ik over wil schrijven, maar de boodschap is duidelijk: de Vuelta is nog steeds ongekend spannend, mis het niet!

© Tekstbureau de Taalformule 2015

Neerlands glorie

Als blogger bepaal je zelf over welke onderwerpen je iets wilt schrijven. Althans, meestal. Soms móét je ergens iets over schrijven, bijvoorbeeld omdat je iets hebt gezien dat uniek is of omdat je er gevoelsmatig niet omheen kunt. Dat laatste is nu het geval.

Enkele weken geleden heb ik proberen uit te leggen waarom de Ronde van Spanje veel mooier is dan haar Franse variant: een gevarieerder parcours, meer spektakel en eveneens een sterk deelnemersveld. Zo sterk echter als de internationale vertegenwoordiging vooraf leek in deze Vuelta, zo zwak was op papier de Nederlandse inbreng. Alle renners die in de bergen of voor het klassement een rol zouden kunnen spelen, lieten de Vuelta aan zich voorbij gaan: Gesink, Mollema, Ten Dam, Kruijswijk, Kelderman, Poels. Nee, de Nederlanders leken in deze Ronde van Spanje vooral te gaan schitteren door afwezigheid. Gelukkig had ik het heel erg mis.

Wie mij vooraf hTom Dumoulinad verteld dat Bert-Jan Lindeman een bergetappe zou gaan winnen, had ik midden in zijn gezicht uitgelachen. Nog verbazingwekkender is het dat momenteel een Nederlander de rode leiderstrui draagt, terwijl de Vuelta al halverwege is en er al meerdere bergen bedwongen zijn. Tom Dumoulin toonde afgelopen zondag een ongekende veerkracht door in de laatste paar meters Rodriguez en Froome in een sprint bergop af te troeven (zie hier de links naar beide fragmenten op Youtube met opzwepend Engels commentaar: Dumoulin troeft Rodriguez en Froome af en Bert-Jan Lindeman wint bergetappe Vuelta). Ik kreeg er kippenvel van.

De laatste keer dat ik getuige was van twee Nederlandse etappeoverwinningen in een grote ronde kan ik mij niet heugen. Uit het blote hoofd: de Tour de France in 2000, waarin Erik Dekker drie etappes won? Mijn nationalistische gevoelens krijgen zelden de overhand, maar soms moet ik ze door middel van een blogpost even eruit laten. Tegen iedereen voor wie Nederlands succes een extra motivatie is om naar sport te kijken zou ik willen zeggen: ga nú voor de televisie zitten en zet hem op de Belg! Vandaag is de koninginnenrit in de Vuelta, waarin zes bergen beklommen moeten worden. Als Dumoulin vandaag overleeft, kan hij serieus na gaan denken over de eindzege in een grote ronde. De laatste keer dat een Nederlander dat presteerde? Joop Zoetemelk in 1980.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

Ironie in de koers

Ik houd van tactische wielrenners. Renners die de wedstrijd kunnen lezen en door een intelligente manier van koersen tijd of een etappe winnen. Om die reden ben ik altijd een groot fan van de Italiaan Vincenzo Nibali geweest. Tot vandaag.

Vandaag werd de tweede etappe in de ronde van Spanje verreden. Door een valpartij had Nibali 16 kilometer voor de streep een achterstand van anderhalve minuut op zijn concurrenten. Aangezien de renners in de achtervolgende groep hemzelf het werk lieten opknappen (lees: op kop lieten rijden), moest de noodzakelijke hulp van elders komen. En die kwam er. Op beelden die vanuit de helikopter gemaakt zijn, is duidelijk te zien hoe de ploegleiderswagen van Astana naast hem komt rijden en de Italiaan vervolgens op miraculeuze wijze een voorsprong pakt van enkele honderden meters op het groepje renners waar hij vlak daarvoor nog deel van uitmaakte. Die beelden waren niet live te zien (maar wel op nos.nl: Vincenzo Nibali hangt aan ploegleiderswagen tijdens 2e etappe Vuelta). Vervolgens slaagt Nibali erin om met hulp van zijn ploeggenoten aan te sluiten bij de groep der favorieten.

De blijdschap hierover duurde echter niet lang. Hij verloor tijd ten opzichte van de andere favorieten op de slotklim én hij werd gediskwalificeerd voor het ‘auto-incident’ en kan dus al na de tweede etappe naar huis. Hij kwam als één van de kanshebbers voor de eindzege naar Spanje, maar moet de Vuelta nu via de achterdeur verlaten.

En nu komt het ironische: aan het eind van de etappe, op een bescheiden slotklim van 5 kilomVincenzo Nibalieter à 6% gemiddeld, verloor Nibali, als gevolg van de inspanning die hij ervoor had moeten leveren om terug te komen in de groep met favorieten, op zijn concurrenten anderhalve minuut. Anderhalve minuut. Je leest het goed. Dat is precies de tijd die hij als achterstand had, voordat hij rare fratsen ging uithalen naast de ploegleiderswagen. Met andere woorden, als hij dat niet gedaan had, was zijn achterstand ongeveer hetzelfde geweest. Ironie bestaat, ook in de sport. Goddank.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

Weg met de Tour!

Als wielerfan zou je het bijna vergeten, maar er zijn drie grote rondes. Naast de Tour de France heb je namelijk ook nog de Giro d’Italia en de Vuelta a Espana. Terwijl in Nederland alle etappes van de Tour worden uitgezonden, is er voor de Giro en Vuelta vrijwel geen aandacht. En dat is ontzettend jammer, want doorgaans zijn deze twee rondes een stuk spannender, hebben ze een spectaculairder parcours en houden ze minder vast aan tradities.

Vreselijk eigenlijk, die voorspelbaarheid in de Tour de France. Dit jaar zag ik de renners voor de zoveelste keer de Alpe d’Huez opgaan. Ook de Tourmalet en de Galibier worden bijna om het jaar beklommen. Je zou bijna denken dat er in Frankrijk geen andere bergen zijn. Ook moet je ieder jaar weer een week wachten op de eerste serieuze aankomst bergop. Om maar te zwijgen over die vreselijke laatste etappe naar Parijs, waarin er altijd zo nodig met champagne geproost moet worden en allerlei andere flauwe onzinnigheden plaatsvinden die niks met wielrennen te maken hebben. Want ja, het klassement staat al vast, dus het publiek moet op een andere manier vermaakt worden.

Nee, neem dan de Giro en de Vuelta. Bij het kijken naar deze twee rondes ben je verzekerd van een spectaculair parcours, een verrassend koersverloop en afwisselende etappes. Bergen als de Zoncolan en de AnAnglirugliru, die de stijgingspercentages van 20% regelmatig overstijgen en maken dat de renners zich zwalkend over het asfalt voortbewegen, zijn altijd weer een garantie voor spektakel. In de Giro worden met enige regelmaat onverharde wegen opgezocht en in de Vuelta weten ze altijd wel ergens een finishplaats te vinden met een belachelijk steile muur, waardoor het peloton na 200 kilometer alsnog volledig uit elkaar wordt getrokken. Zo vernieuwend als men is in Spanje en Italië, zo conservatief is men in Frankrijk.

Gelukkig kan ik dit bericht afsluiten met goed nieuws: aanstaande zaterdag is de start van de Vuelta. Uiteraard wordt dit niet uitgezonden op de Nederlandse televisie, maar dat is alleen maar een zegen. Dat geeft je namelijk een goede reden om over te schakelen naar de wielergekke Belgen, zodat je je niet hoeft te ergeren aan Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra, die zich vaker in een naam vergissen dan spelers van het spel ‘Wie ben ik?’. Michel Wuyts en José de Cauwer brengen je met hun zachte Belgische stemmen drie weken lang in vervoering. Neem daarbij een glas sangria, een bord paella en een wielerpeloton op een steile Spaanse muur en het recept voor een heerlijke namiddag is geboren.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

Risico van het vak?

Als wielrenner word je tijdens de koers blootgesteld aan een hele reeks factoren die de wedstrijd voor jou kunnen beïnvloeden. Je kunt vallen, lekrijden, je ketting kan eraf vliegen, je kunt belemmerd worden door toeschouwers en overstekende koeien en honden, de spoorbomen kunnen dicht zijn net op het moment dat jij er overheen moet én je kunt als leider in de wedstrijd van achter worden aangereden door een motor van de organisatie op de laatste klim van de dag. Maar ja, dat laatste gebeurt natuurlijk nooit.

Toch wel. Uitgerekend dát overkwam de Belgische wielerheld Greg van Avermaet afgelopen zaterdag op de laatste klim van de Clásica San SebastiGreg van Avermaetán. Hij reed voorop in de koers en was naar eigen zeggen op weg naar de overwinning. Een motor van de organisatie reed tegen zijn achterwiel aan en gebroederlijk vielen de renner en de motor tegelijk tegen het asfalt. De Belg kon door een defect aan zijn fiets niet verder. Hij besloot daarop tussen de toeschouwers langs de kant van de weg het passeren van zijn concurrenten gade te slaan. Zijn achtervolgers, die naar boven aan het stoempen waren, merkten Van Avermaet niet op tussen het publiek.

Zo kon het gebeuren dat de latere winnaar, de jonge Adam Yates, over de finishlijn reed zonder te weten of hij gewonnen had of niet. De beelden van de finish zijn dan ook hilarisch. Yates is continu via zijn oortje aan het overleggen met zijn ploegleider en durft zijn handen niet in de lucht te steken in de angst een flater te slaan. Pas als hij na de finish het heuglijke bericht krijgt dat hij gewonnen heeft, durft hij zijn blijdschap te uiten. Hij zal wel gedacht hebben: “Huh? Maar… Van Avermaet reed toch op kop? Ik heb hem toch niet ingehaald? Of heb ik hem wél ingehaald, maar het niet opgemerkt?” Die jonge knaap (22 jaar) zal toch even getwijfeld hebben of al zijn zintuigen nog wel naar behoren functioneerden.

Bij voetbal kan een wedstrijd of een deel ervan overgespeeld worden als externe factoren, zoals supporters of de weersomstandigheden, zo’n grote rol spelen dat de wedstrijd er onevenredig door beïnvloed wordt. Dit is bij wielrennen (helaas) niet mogelijk. Het maakt de sport bij tijd en wijle vreselijk onrechtvaardig. Tot overmaat van ramp waren er bij de Clásica San Sebastián door technische problemen lange tijd geen live tv-beelden beschikbaar van de koers.

Een totaal onnodige aanrijding waarbij de leider van de wedstrijd wordt uitgeschakeld en de enige getuigen zijn enkele toeschouwers langs de kant van de weg. Het is maar goed dat ik niet geloof in complottheorieën.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

P.S. Ik kan me voorstellen dat je dit debacle pas gelooft als je het ziet. Daarom hier de link naar een filmpje op Youtube: de val van Van Avermaet en de twijfel bij Yates

Mooie tranen

Alejandro Valverde is 35 jaar. In een profcarrière van 13 jaar heeft hij een indrukwekkend palmares bij elkaar gefietst. Hij heeft Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl meerdere keren gewonnen. Dit jaar kwam hij zelfs bij beide koersen als eerste over de streep. Daarnaast heeft hij de Ronde van Spanje een keer op zijn naam geschreven en nog een hele reeks aan ereplaatsen aan elkaar geregen. Ook vier touretappes staan achter zijn naam. Heb je dan nog dromen?

Alejandro Valverde WK 2Ja. De droom van Valverde was om in Parijs op het podium te staan. Je leest het goed: niet het wìnnen van de Tour, maar het podium. Wat zegt dat over de persoon Valverde? Dat hij een realist is. Hij wist allang dat het hoogste treetje in de Tour voor hem onhaalbaar is. Sterker nog, in zeven vorige tourdeelnames wist hij slechts twee keer bij de eerste vijf te eindigen. Dus een podiumplek moest het worden. En dat werd het ook. Eindelijk.

Na de finish van de etappe naar l’Alpe d’Huez barstte hij in tranen uit. Voor het eerst was het gelukt, op het podium staan in de Tour de France. Vorig jaar greep hij er met een vierde plek net naast. Daarmee vallen meteen een paar puzzelstukjes op hun plek. Nu is het duidelijk waarom Valverde zich in deze Tour niet volledig wilde opofferen voor zijn kopman, de sterkere en veel jongere Nairo Quintana. Daarmee liep hij namelijk het risico zijn podiumplek te verliezen. Zijn droom, waar hij zo dichtbij was, zou dan uiteen spatten.

Het lijkt erop dat Valverdes ultieme droom is uitgekomen. Maar naast de Tour de France is er nog die andere wedstrijd waarvan het zeer weinigen gegeven is om hem te winnen: het Wereldkampioenschap. Bij deze jaarlijkse eendaagse koers was er voor Valverde in de afgelopen tien jaar aan podiumplekken geen gebrek: twee keer zilver, vier keer brons. En je raadt het al, hij won het WK nog nooit. Het zal moeilijk worden om ook deze droom werkelijkheid te laten worden. Hij is een renner op leeftijd en het parcours in Richmond dit jaar met kasseien en korte steile klimmen lijkt hem niet goed te liggen. De tijd begint dus te dringen.

De tranen die ik gisteren zag, waren mooie tranen. Ik hoop dezelfde tranen ooit weer te zien op het WK.

De wederopstanding van Robert Gesink?

Ik ben gisteren getuige geweest van de wederopstanding van Robert Gesink. Althans, dat beweert sportcommentator Herbert Dijkstra. De afgelopen jaren liepen de Nederlandse media weg met ‘Bau en Lau’ (Bauke Mollema en Laurens Ten Dam), maar Gesink lijkt dit tij te hebben gekeerd. Na enkele jaren van tegenvallende prestaties zijn alle ogen weer op hem gericht. Zoals het hoort, zou ik bijna zeggen.

Sinds jaar en dag is Robert Gesink de belofte voor het Nederlandse wielrennen. In zijn eerste seizoenen als wielerprof kon hij in etappekoersen al met de besten (Valverde, Evans, Contador) mee bergop . Hij reeg de ereplaatsen aan elkaar in het voorjaar en in de grote rondes eindigde hij meermaals in de top tien, met als beste prestatie tot nu toe de vierde plek in het eindklassement van de Tour de France in 2010 (nadat de uitslagen van Contador en Mensjov werden geschrapt).

Daarna stagneerde het. Gesink kende veel tegenslag, waardoor hij beneden verwachting presteerde. Hij was het slachtoffer van meerdere valpartijen, zijn vader overleed en hij leed aan hartritmestoornissen. Dat hij in 2013 de Giro voortijdig moest verlaten als gevolg van een aanval van hyperventilatie maakte duidelijk dat het in zijn hoofd niet helemaal goed zat. In 2014 besloot hij zich operatief te laten behandelen tegen zijn hartritmestoornissen. Nu, een jaar later, lijkt hij beter dan ooit.

Het is zo’n mediageniek verhaal: wielrenner maakt indruk aan het begin van zijn carrière, wordt gebombardeerd tot nationale belofte, kent vervolgens veel tegenslagen, maar slaagt er toch in de hooggespannen verwachtingen waar te maken. De kers op de taart is het interview na de etappe met de huilende coach van Gesink, Merijn Zeeman. Is dat waarom het mij raakt? Misschien. Ik ben vooral heel blij. Blij dat er weer een Nederlandse wielrenner is die potten kan breken en kan verrassen met zijn attractieve rijstijl. In tegenstelling tot die andere belofte, Mollema, kan Gesink meer dan alleen aanklampen. Dat maakt hem tot een veel leukere renner.

Robert Gesink

Michel Wuyts, de Belgische wielercommentator, stelde dat Gesink de meest getalenteerde Nederlandse renner is van de afgelopen jaren. Hij heeft gelijk. Ik hoop dat dat talent er in deze Tour definitief uitkomt. Eén berg is te weinig om daar conclusies over te trekken. De bergetappes van vandaag en morgen zullen duidelijk maken of Gesink een eenmalige opleving had of op weg is naar een podiumplek in Parijs. Ik durf niet te hopen op het laatste, maar ik doe het toch.