Op de Champs-Élysées in 1998

Veertien was ik en gek van wielrennen. Mijn grote held was Marco Pantani, de Italiaan met de flaporen, het kale hoofd en de bandana. Het was 1998. Ik liep met mijn vader door de straten van Parijs. Het WK voetbal in Frankrijk was afgelopen en gewonnen door het gastland. Op elk trottoir lagen t-shirts uitgespreid met de beeltenis van Zinedine Zidane erop. “Ik kan die kop niet meer zien”, hoorde ik mijn vader meermaals mompelen. Het strafschoppendrama in de halve finale tegen Brazilië lag nog vers in ons geheugen.

Uit de schaduw van het WK ontpopte zich in datzelfde Frankrijk een in alle opzichten memorabele tour; de ‘dopingtour’. Daarvoor waren we in Parijs. Nou ja, niet voor de doping, wel voor de tour. Mijn grote held reed in het geel en ik zou hem gaan zien op de Champs-Élysées. Enkele dagen daarvoor had Pantani in barre weersomstandigheden de concurrentie het nakijken gegeven op de Galibier om vervolgens solo aan te komen op Les Deux Alpes. Jan Ullrich viel ten prooi aan een hongerklop, gaf negen minuten toe en moest het geel afstaan aan de Italiaan.

Voor 11 uur wilden we een plekje vooraan bemachtigen bij de dranghekken op de Champs-Élysées. Naar verluidt zou het vier rijen dik staan tegen de tijd dat de renners voor het eerst zouden passeren. Daar stonden we dan om 11 uur ’s ochtends, in het gezelschap van twee Engelsen en een Nederlander die we op de camping hadden ontmoet. De Engelsen maakten sympathieke Engelse grappen, zoals alleen Engelsen dat kunnen. Ik begreep hun grappen niet, maar ik vond hen aardig. De Nederlander doodde de tijd met het eten van Marsen, waarvan de caramel met lange slierten in zijn baard bleef hangen. Ik plaatste afwisselend mijn linker- en rechtervoet tegen het dranghek, naar gelang de vermoeidheid in mijn benen aangaf dat ik van standbeen moest wisselen.

En wachten…

Ondertussen stond het twee rijen dik en mijn plek verlaten om te plassen was geen optie meer. De leden van de Cédric Vasseur-fanclub kwamen voorbij, de naam van hun idool luid scanderend.

En maar wachten…

Toen het drie rijen dik werd, kwamen de eerste gendarmes tevoorschijn. Er werd er een recht voor onze neus geplaatst. Mijn vader en de Engelsen probeerden hem zover te krijgen om enkele meters verderop te gaan staan. Not in my backyard, zullen de Engelsen gedacht hebben. Veiligheid prima, maar niet in ons gezichtsveld. Wat ook meespeelde, was dat de gendarme met zijn gezicht naar ons toe stond. In plaats van getuige te zijn van een wielerspektakel dreigden we urenlang te moeten kijken naar het chagrijnige hoofd van een Franse gendarme. Na lang discussiëren was de agent bereid om een stapje naar links dan wel rechts te zetten. Franse flexibiliteit.

En nog meer wachten…

Het zal een uur of drie zijn geweest toen de reclamekaravaan passeerde. Mooie vrouwen gooiden waardeloze rommel uit reclameauto’s. Ik zag volwassen mannen vechten om bidons, sleutelhangers en andere prullaria.

Nog een uur wachten…

Rond vier uur kwam voor het eerst een wielrenner voorbij, Pascal Chanteur. Kent iemand hem nog? De onbetekenende Fransman zag zijn kans schoon om zichzelf voor eigen publiek wat in de kijker te fietsen, om vervolgens onherroepelijk te worden opgeslokt door het peloton. Het peloton, daar wachtte ik op. Terwijl het passeerde, probeerde ik een glimp van mijn held op te vangen. Plots zag ik hem: in de gele trui, met grote oren en een azuurblauwe bandana op zijn hoofd. Pantani zat verscholen in de buik van het peloton. Terwijl de massa voorbij denderde, bleven mijn ogen gefocust op de Italiaan. Hij was mijn held en ik wilde hem zo lang mogelijk zien. Ook tijdens de rondes die volgden, had ik alleen oog voor Pantani. Het was al die uren wachten waard geweest.

Na die Tour kwam de carrière van Pantani in een neerwaartse spiraal terecht. Hij werd in 1999 als klassementsleider op de voorlaatste dag uit de Ronde van Italië gezet wegens vermeend dopinggebruik, in de tour van 2000 werd hij op de Mont Ventoux vernederd door Lance Armstrong en in de jaren erna werd hij voorbij gereden door ploegmaat Stefano Garzelli. Ik had Marco Pantani op zijn hoogtepunt gezien.

Het overlijden van bekende mensen raakt mij nooit. Hoe anders was dat bij de tragische dood van Marco Pantani in een hotel in Rimini in 2004. Hij nam eePantanin overdosis cocaïne. Nee, huilen deed ik niet. Echt verdrietig was ik ook niet. Meer melancholisch. Lange tijd wist ik niet waarom. Nu weet ik het. Bij de dood van Marco Pantani nam ik niet alleen afscheid van mijn jeugdidool. Ik nam ook afscheid van die mooie dag in 1998 op de Champs-Élysées.

© Tekstbureau de Taalformule 2015

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s